Werken met stekkerdozen en verlengkabels

Gepubliceerd op 3 January 2015

Hebt u tijdelijk extra elektra aansluitingen nodig?

Een vast stopcontact is altijd de beste en meest veilige oplossing. Als u geen gebruik kunt maken van vaste stopcontacten, kies dan voor een veilig alternatief. Want een simpele stekkerdoos kan leiden tot uitval van apparatuur, letsel en zelfs brand. Eén vonk in de buurt van brandbaar materiaal (zoals isolatie) is al genoeg.

Stekkerdozen voor huishoudelijk gebruik zijn niet berekend op langdurige belasting. De kwaliteit hiervan is ongeschikt voor bedrijfsmatig gebruik. De kabels zijn vaak te dun of te lang. Als deze op de grond liggen, wordt er overheen gelopen of gereden. De binnendraden beschadigen dan snel. Vocht en vuil kunnen bij de bedrading komen. Dit kan tot kortsluiting leiden.

Adviezen

  • Rol kabelhaspels altijd helemaal af. U voorkomt hiermee dat zich plaatselijk veel warmte ontwikkelt.
  • Koppel geen verlengsnoeren aan elkaar. U voorkomt hiermee dat zich plaatselijk veel warmte in het elektriciteitscircuit ontwikkelt.
  • Gebruik stekkerdozen alleen als u tijdelijk extra aansluitpunten nodig hebt. In alle andere gevallen: vaste stopcontacten die deskundig zijn aangelegd, zijn altijd beter.
  • Tijdelijk extra aansluitpunten nodig? Let dan op de volgende punten:
  • De beste oplossing? Kies voor een zwerfkast. Dit is een mobiele stoppenkast met stopcontacten. Hierbij heeft elke contact zijn eigen zekering en aardlekschakelaar. Handig en veilig.
  • Hang stekkerdozen op en leid de kabels via kabelgoten. U voorkomt hiermee dat de kabels kapot worden gelopen of gereden;
  • Houd stekkerdozen altijd uit de buurt van brandbare materialen zoals isolatie, inpakmateriaal, hooi- of stro, resten houtkrullen. U voorkomt hiermee dat vonken of oververhitting brand veroorzaken.
  • Let op de lengte van de kabel: hoe korter hoe beter. In lange kabels kan zich plaatselijk veel warmte ontwikkelen. Daarnaast werkt de beveiliging niet als de doorgang van stroom belemmerd wordt (hoge leidingweerstand).
  • Let op de omvang van de kabel.De dikte hiervan moet passen bij het vermogen.
  • Zorg dat de juiste zekering voor de verdeelstekker is geplaatst.
  • Controleer of de omhulling van kabels intact is. Is dit niet zo? Gebruik de stekkerdoos dan niet meer.
  • Laat kabels nooit onder deuren of tapijten liggen. De kabel slijt dan snel.
  • Spijker of niet verlengsnoeren nooit vast.
  • Gebruik kabels nooit om spullen aan op te hangen.
  • Gebruik geaarde draden.

Omvang van de kabel

Een te dun snoer wordt erg warm en kan gemakkelijk brand veroorzaken. Gebruik daarom altijd een snoer dat dik genoeg is en past bij het totale vermogen dat hierop wordt aangesloten.

Op het typeplaatje van elektrische apparaten staat het vermogen in Watts. U herkent dit aan een getal met daarachter de letter W. Tel de vermogens van de apparaten die u wilt aansluiten bij elkaar op. Het maximale vermogen van het verlengsnoer moet hoger zijn dan het vermogen van alle apparaten bij elkaar opgeteld.

Maakt u zelf een verlengsnoer? Tel dan ook alle elektrische vermogens bij elkaar op. Tot een vermogen van 2300W een snoer met een diameter van 1,5 mm2 voldoende. Is het totale vermogen hoger? Gebruik dan een dik snoer met een diameter van 2,5 mm2 . Voor het aansluiten van een wasdroger, vaatwasser, wasmachine, frituurpan, elektrisch kacheltje, waterkoker, enzovoort. gebruikt u altijd een snoer met een aderdikte van 2,5 mm2.